Zaterdagmorgen 12 Mei 2012… om tien uur verzamelen een tiental genodigden aan de kiosk bovenop de duinen van Wenduine. Daar staat ook Marcel… klaar voor de grote sprong voorwaarts… klaar voor zijn stagewandeling.

De start is in ieder geval al direct raak, wat een prachtig uitzicht heb je vanaf deze hoogte. En alhoewel er een kille wind waait is het toch prachtig lenteweer. We vullen de lijst in en Marcel steekt van wal met een inleiding. De wandeling zal een mix worden van duinenbiotoop en aandacht voor de kustverdedigingswerken in verband met de fameuze 1000-jarige storm.

Al vlug valt ons op dat er in de duinen veel meer diversiteit valt te ontdekken dan je op het eerste zicht zo zou denken. De duinen zelf kunnen trouwens ingedeeld worden in jonge duinen, oude duinen, grijze duinen, mosduinen, struweelduinen, duinbos…. Tijdens de wandeling krijgen we dit allemaal te zien, telkens vergezeld van de nodige uitleg. Wie had gedacht dat Marcel wel zenuwachtig zou zijn, dacht mis. het lijkt wel of hij al jaren groepen gidst door dit gebied. Je eigen enthousiasme voor je studiegebied overbrengen op de groep lijkt ons dan ook één van de belangrijkste punten om een stagewandeling te doen slagen.

Boven op een duin krijgen we een duidelijke uitleg over de kustverdedigingswerken… waarom zijn ze nodig… hoe wordt het aangepakt… wat kunnen de gevolgen zijn van een doorbraak… Veel stof om over na te denken. Nu maar hopen dat de uitvoerende overheden dat inderdaad ook doen… NADENKEN… en dan kiezen voor een natuurvriendelijke en duurzame oplossing. Het opzuigen van zandbanken en opspuiten van stranden lijkt ons niet zo ecologisch doordacht en misschien vallen er lessen te leren bij onze Noorderburen. De toekomst zal moeten uitwijzen of het anders moest of kon.

Vrolijker worden we van de vele planten die we te zien krijgen. Ondertussen horen we ook wel wat vogels die we op het geluid proberen te determineren. Het blijft moeilijk maar beetje per beetje worden we er beter in. We horen Tjiftjaf, Zwartkop, Scholekster, Heggenmus en Fitis… en hoogstwaarschijnlijk ook Nachtegaal. De foto’s hieronder illustreren in ieder geval het feit dat er tijdens de wandeling veel te beleven viel. De 2 uren waren dan ook vlug voorbij. We ronden af met geurige Watermunt en wandelen over het duin terug naar de startplaats.

Op een gastvrij terras praten we na en er is maar één conclusie mogelijk: Schitterende stagewandeling… proficiat Marcel. Als je nog eens door de duinen van Wenduine trekt, geef ons een seintje want we zijn er graag weer bij.

We kunnen moeilijk zeggen dat april een prachtige maand was. De weersvooruitzichten voor zondag 29 april waren dan ook somber. Maar kijk… toch staan daar 13 enthousiastelingen te trappelen van ongeduld om aan de volgende verse-gidsen-wandeling te kunnen beginnen. We werden beloond voor ons optimisme want het werd een prachtige wandeling in heerlijk lenteweer.

Deze keer verkennen we de Warandeputten, een klein (10 ha) gebied te Moerbrugge (Oostkamp), geklemd tussen de Rivierbeek, het kanaal en de spoorweg Gent-Brugge en een drukke weg. Het gebied is de natuurlijke monding  van de Rivierbeek maar bij een verbreding van het kanaal werd de uitgegraven grond op het gebied gestort en de Rivierbeek rechtgetrokken. Zo ontstond er een grote variatie aan biotopen met grote diversiteit in Flora en Fauna tot gevolg.

Zoals steeds wordt er direct vanalles benoemd en het valt op dat het deze keer vooral de flora is die onze aandacht trekt. Er staan steeds meer planten met hun bloemen en/of zaden te pronken dus er is werk aan de winkel, de bijgevoegde foto’s getuigen daarvan. Al determinerend bereiken we de eerste kijkhut. Met wat geluk valt hier de Ijsvogel te bewonderen. En geluk hebben we want we kunnen meerdere exemplaren bewonderen, laag over het water scherend of even rustend op een tak. Foto’s maken van deze blauwe flitsen is echter niet eenvoudig… vandaar weinig beeldmateriaal.

Het pad loopt verder over een stuk moeras. We horen (en zien) heel wat KBVeetjes waaronder Zwartkop, Roodborst, Winterkoning, Tjiftjaf en wellicht ook Braamsluiper. Het echt op naam brengen bij deze korte waarnemingen is niet gemakkelijk… vandaar ook het belang van de vogelgeluiden. Op dat terrein hebben we nog veel werk te verrichten (een natuurgids hoeft zich nooit te vervelen). We bespreken nog wat flora waaronder ook de gevleugelde zaden en de scheve bladvoetjes van de iep (= olm). Een verse hoop (remember IJzermonding) vermijdend bereiken we de tweede kijkhut. Hier niets bijzonders te melden maar we genieten toch even van het zicht op de plas en de “normalere” soorten zoals Grote Canadese gans, Meerkoet, Wilde eend, Kuifeend…

Verder dan maar weer langs de Rivierbeek. Er blijven in de bosrand heel wat planten onze aandacht vragen en ook de KBVeetjes doen hun best. Doordat het droog blijft zijn er ook wel wat insecten te zien, met 25.000 soorten in Vlaanderen toch weer een volledig apart studiegebied. Vorig jaar de vogels, dit jaar de planten… volgend jaar de insecten? Er vallen in ieder geval mooie foto’s van te maken.

Op de verste hoek van het gebied genieten we een tijdje van het gezang (en het zicht) van een Zanglijster. Daarna trekken we het Elzenbroekbos binnen, slechts een klein restantje van de vroegere meanderende monding van de Rivierbeek. Hier een leuke waarneming van een wegritselende muis en… Witkopstaartmees. Fijn hoe de natuur je toch telkens weer leuke verrassingen voorschotelt.

Voorbij het moerasje sukkelen we (de één al meer sukkel dan de ander) voorbij een modderig stuk en via een smal paadje komen we weer op ons startpunt. Natuurlijk geven we in dit verslag lang niet alle waarnemingen weer (zie ook foto’s) en de sfeer valt al helemaal niet in een verslag te beschrijven. Maar zelf ken ik geen betere of aangenamere manier om een zondagmorgen te spenderen.

De nabespreking in een plaatselijke taverne rondt deze wandeling mooi af en er worden al druk plannen gemaakt voor volgende activiteiten…

Groeten… en laat ons hopen tot op één van de volgende verse-gidsen-wandelingen…

zondag 27 mei 2012, 0930 Hr : Bulskampveld, boswandeling en kruidentuin

zondag 24 juni 2012, 0800 Hr : Dagactiviteit : Les deux Caps (Blanc Nez en Gris Nez dus), middagmaal te Wisant (Witzand voor de historici onder ons).

Prachtig lenteweer, de hele week lang, maar niet op zondag 25 maart tijdens onze verse-gidsen-wandeling. Een hardnekkige laag koude mist zorgt voor slecht verrekijkerzicht en verkleumde vingers. Ook de vogels vinden dit weer duidelijk maar niks en blinken uit door hun afwezigheid. Je kunt je afvragen waar ze met zulk weer dan wel allemaal zitten. Maar een negental dapperen probeerden er toch het beste van te maken. Eenmaal dat iedereen de halvemaanstraat had gevonden (en eindelijk juist stond geparkeerd) begon het speuren naar vogels. We hadden ook bloemen en insecten verwacht maar daar stak het koude weer duidelijk een stokje voor.

De slikken en schorren die typisch zijn voor de IJzermonding kunnen we al goed bekijken van op de parking. Al vlug zien we Wulp, Tureluur, Waterhoen en Bergeend… vooral veel Bergeend. In de verte schemeren er ook een paar Kluten door de mist. Een rij Aalscholvers zit te rusten en te drogen op de dukdalven (lange palen in het water die hun naam kregen van de lange Duc d’ Alva, de Spaanse krijgsheer die ons Vlaamse land kwam mishandelen tijdens de godsdienstoorlogen). Een guur windje maakt stilstaan niet echt prettig dus we wandelen naar de grote kijkhut. Onderweg zien we een mannetje en een vrouwtje Rietgors. In de hut is het iets warmer maar geen extra soorten te zien. Zij die graag vogelgedrag bestuderen komen hier wel aan hun trekken want je kunt er de vogels van dichtbij bekijken.

Na de hut zien we in een weide 2 dode vogels liggen. Er wordt een “vrijwilliger” aangeduid die zo goed en kwaad als het kan over de prikkeldraad “springt”. De slachtoffers worden dichterbij gebracht, het blijken twee Wulpen te zijn. Vreemd genoeg allebei volledig intact. Slachtoffers van vergiftiging, van de jacht… ? Het zal wellicht een raadsel blijven. Verderop horen we gepiep van kleine vogeltjes en die komen weldra in beeld, het zijn Roodborsttapuiten. Altijd een mooie verschijning, en hier blijven ze af en toe ook flink in beeld zitten. We zien ook een vogel snel opstijgen en in parachutevlucht terug dalen. Graspieper of Veldleeuwerik.. wie zal het zeggen? Onderweg naar de havengeul kunnen we via twee kijkwanden de vlakte afspeuren, maar buiten de alomtegenwoordige Bergeenden valt er niet zoveel te zien. De fameuze ”hoop” bij de kijkwand zullen we hier niet verder beschrijven… Het moet volstaan om te zeggen dat het zicht op deze hoop nogal schokkend was (en tegelijk intrigerend).

Alhoewel sommigen al (hardop) beginnen te verlangen naar een dagsoepje wandelen we nog een stuk verder tot aan de havengeul. Mooi zicht hier over het volledige gebied. In de verte scharrelt een grote groep (bonte?) Strandlopers langs de waterlijn. Maar zelfs de telescoop biedt met dit weer niet echt veel ondersteuning. Ach er is altijd een volgende keer. Twee Kluten laten zich wel van dichtbij bekijken. We keren nu gezellig keuvelden (dat maakt 60 % uit van een geslaagde wandeling) terug richting parking. Onderweg horen en zien we nog een paar keer Heggenmus en een koppel Patrijzen. Een Graspieper laat zich even bekijken op één van de paaltjes van de omheining…

Het verlangen naar iets warms krijgt de bovenhand en we trekken naar de Vierboete, een horeca-zaak die tot in de verre omtrek bekend staat om zijn gastvrijheid. En dat mochten we al direct aan de lijve ondervinden. De kok kwam zelfs even uit de keuken om ons te vergasten op een jongleer-act met potten en pannen. Helaas van deze gezelligheid geen foto’s maar de nabespreking was weer eens met overschot het beste stuk van onze verse-gidsen-wandeling.

We hopen jullie allemaal op de volgende wandeling terug te zien. Op zondag 29 april trekken we naar de Warandeputten in Moerbrugge. Daar kunnen we gegarandeerd de IJsvogel van dichtbij bewonderen…. tenzij het mistig is natuurlijk.

Groeten

Jan

Na de vele uren die we tijdens onze cursus natuurgids spendeerden in bezoekerscentrum Groenwaecke is het altijd leuk om er nog eens terug te komen… en zeker als er dan een aantal mede-cursisten aanwezig zijn om samen op stap te gaan. Zo verzamelden we op zondag 26 februari om samen met conservator John Van Gompel een tocht door de polder te maken. John stond mee aan de wieg van de Uitkerkse polder als natuurreservaat en was die vele lange jaren de motor achter de gestage uitbreiding van zowel de werking in en rond Groenwaecke als van de oppervlakte in beheer (via onderhandelingen met de landbouwers en aankoop). Hij kan dus als geen ander vertellen over het gebied en dat was ook duidelijk te merken aan het aantal deelnemers. Met een 40-tal enthousiastelingen trokken we op pad.

Bij de inleiding kregen we te horen hoe het gebied is ontstaan… van slikken en schorren naar zout moeras en zoet moeras. Opbouw van plantenmateriaal dat later veen en nog later turf zal vormen. Opnieuw overspoeld door de zee die laagjes klei afzet totdat er zo’n meter-en-half klei op het veen ligt. Water wordt uit het veen geperst en het gebied komt laag te liggen. Turfwinning en kleiwinning versterken dit nog, met het laaggelegen komgrondgebied dat we nu kennen tot gevolg. Van deze (lange) geschiedenis zijn in het terrein hier en daar nog sporen te zien en daar lag tijdens deze wandeling de nadruk op.

Na een stukje wandelen betreden we een eerste perceel. Hier liggen de percelen nog in hun middeleeuwse vorm, dus in stukken van ongeveer 1/3 hectare, een gemet genoemd. Vondsten zoals benen kammen en schaatsen bewijzen middeleeuwse bewoning. Later zullen we ook één van de oude woonsites bezoeken. Op de oude percelen zie je hier en daar nog de sporen van turfwinning. Waar de klei niet netjes werd teruggelegd na de turfwinning (zoals voorzien was maar niet altijd gebeurde) zie je veel microreliëf en soms zelfs nog de dijkjes van waarop het turf werd gestoken.

Verder richting dubbeldekkijkhut (die ongetwijfeld ook een vogelnaam heeft maar die ik met de beste wil van de wereld niet kan onthouden). Onderweg zien we dat de weiden er goed nat bijliggen en dat de Grutto’s al terugzijn  van weggeweest. In de kijkhut wordt uitgekeken over de typische plassen die de polder zo geliefd maken bij water- en weidevogels (en dus ook bij vogelliefhebbers). Na dit intermezzo wandelen we verder en worden verrast door een viertal opvliegende… VELDUILEN. Een zeer aangename verrassing en er wordt dan ook, met verrekijker en camera in de aanslag, volop genoten. Deze dieren luisteren, laag over het gras zwevend, of daar beneden muizen te vinden zijn. Blijkbaar hebben uilen asymmetrische oren, zowel qua vorm als qua plaats op de kop waardoor ze veel beter de oorsprong van het geluid kunnen bepalen. 

Links van de weg lopen we door een weiland en bereiken zo een kerngebied. Een stuk grond met hoge natuurwaarde dus. Dit stuk veroorzaakte een goeie 20 jaar geleden een hevige discussie. Een aannemer wou het doodleuk volgieten met steenafval. Deze discussie vormde  de aanleiding tot het onstaan van het natuurgebied eind jaren ’80. De volledige polder telde toen nog amper 6 broedgevallen Tureluur waar er nu toch weer zo’n 100-tal zijn. Het beleid werpt dus duidelijk zijn vruchten af. Want wat voor de Tureluur telt, telt ook voor vele andere broedvogels en wie weet… komt ook de Kemphaan ooit weer broeden… 

We bereiken nu het perceel waarop de oude woonsite ligt. Via mondelinge overlevering kwam John te weten dat het om een molen zou gaan maar deze is op geen enkele oude kaart terug te vinden. De walgracht en de verhoogde ligging van de site zijn in ieder geval duidelijke sporen van bewoning. Wellicht dat in de toekomst een archeologisch onderzoek kan uitwijzen wat er precies heeft gestaan en in welke periode. Terwijl we daar wat hoger staan genieten we van de rondrennende hazen, af en toe plaatsen ze een tussenspurt waarbij ze snelheden kunnen halen tot wel 70 km/Hr. De paartijd bij hazen heet de rammeltijd en het hoogtepunt ligt tussen februari en april. Daardoor kan je nu meer dagactieve hazen zien en af en toe ook wel eens een gevecht tussen mannetjes.

We trekken nog wat verder de polder in en via een doorwaadbare gracht komen we op een wat hoger gelegen rug. Zo krijgen we een mooi zicht op een perceel waar de oorspronkelijke kreekvormen nog duidelijk te zien zijn. Mooi en interessant… maar even interessant waren zeker de capriolen bij het oversteken van de gracht. We kunnen geen nat pak melden maar wie weet tijdens een volgende editie…?

Met een hoofd vol verse info wandelen we terug naar Groenwaecke. Daar is er vanzelfsprekend ruim tijd voor het nakaarten. En om al plannen te maken voor een volgende verse-gidsen-wandeling….

We hadden er al veel over gehoord, en onze verwachtingen waren dan ook hoog gespannen, maar op zondag 29 januari was het eindelijk zover. Met een tiental verse gidsen vielen we binnen bij onze Noorderburen om daar de Sofiapolder te ontdekken. Een ontgoocheling werd het zeker niet want ondanks de koude wind was het toch een ochtend om van te genieten. Het begon al onderweg want in een weiland stonden 2 ooievaars, en dat zijn al lang geen alledaagse verschijningen meer. Aangekomen aan de plas van de Sofiapolder werd onmiddellijk overgegaan op het benoemen van de vele soorten die er ronddobberden. Rechts waren er ook enkele witte stippen te zien in de weiden. Met de verrekijker zagen we nog net dat het zwanen waren en in dit geval was er duidelijk geel te zien aan de bek. Gelukkig waren enkele enthousiastelingen zo vriendelijk om hun telescopen ter beschikking te stellen van de groep. Zo werd met zekerheid bepaald dat het hier om Wilde zwanen ging. Enig hoera-geroep maakte duidelijk dat er weer wat lijstjes konden aangevuld worden (elk zijn afwijking nietwaar). Terugdraaiend naar de plas werd er nog een ontdekking gedaan. Bij een groepje Boerenganzen dobberde een gans rond, op het eerste zicht een Grote Canadese gans. Maar hoe beter we dit exemplaar bekeken hoe duidelijker het werd dat we hier te maken hadden met de veel zeldzamere Kleine Canadese gans. Onze dag was al geslaagd. Maar er viel nog veel meer te zien natuurlijk. Hierna volgt de lijst met de soorten die we met zekerheid konden determineren :

Smient, Bergeend, Wilde eend, Kuifeend, Tafeleend, Slobeend, Wintertaling, Pijlstaart, Krakeend, Wilde zwaan, Knobbelzwaan, Grote Canadese gans, Kolgans, Grauwe gans, Brandgans, Kleine Canadese gans, Nijlgans, Ooievaar, Aalscholver, Torenvalk, Blauwe reiger, Blauwe kiekendief, Buizerd, Wulp, Kievit, Meerkoet, Ekster, Kauw, Zwarte kraai… (aanvullingen welkom)

Tijdens het waarnemen ontdekten we ook de vogelaars-gebarentaal. Zo zijn er signalen voor Zwartkopmeeuwen en voor Witgatje… U mag daar zelf met uw rijke fantasie bij voorstellen hoe dat dan precies wordt uitgebeeld. Uit een grote groep Slobeenden haalden we een 8-tal Pijlstaarten. Alhoewel ver weg, rustend met de kop in de veren en met hun achterwerk richting waarnemers konden we ze toch benoemen. We reizen om te leren… en dat begint toch duidelijk vruchten af te werpen. Die 300-tal vogelsoorten hebben we al “bijna” onder de knie. Nu nog die 2000 wilde planten en de 40000 ongewervelden en we kunnen als gids een woordje meebabbelen.

Als afsluiter kwam een Buizerd mooi in zicht zitten, hier kwam de telescoop weer goed van pas. En je gelooft het of niet, we zagen zelfs een Keizerspinguin… de wonderen zijn de wereld nog niet uit (met dank aan die ene boer met gevoel voor humor)…

Na de kou komt altijd het warme napraten in één of andere gastvrije afspanning. Daarbij een dampende kom soep en eventueel een alcoholische lekkernij en de gezelligheid is compleet. Die verse-gidsen-wandelingen blijven momenten om naar uit te kijken en van te genieten. Dus mis de volgende niet….

in je eigen tuin kan je ook wel nog wat zien, dit bijvoorbeeld:

Stéphane V.

Onderteken jij ook de petitie?!

‘Stop de jacht in de uitkerkse polder’

De Uitkerkse Polder is een Europees beschermd natuurgebied. Elk jaar komen er duizenden bezoekers genieten van de mooie natuur in het historische polderlandschap. Helaas worden zij er ook herhaaldelijk geconfronteerd met jagers die het gebied ernstig verstoren. Dat is niet wat zij verwachten in een bekend natuurgebied. Natuurpunt steunt deze visie: jacht levert geen enkele bijdrage aan het natuurbehoud en hoort niet thuis in een natuurgebied waar trekvogels rust en voedsel vinden. Steun onze oproep aan de bevoegde minister en teken de petitie: wij willen een volledig jachtverbod in de Uitkerkse Polder.(volledige perimeter)

De petitie ondertekenen kan via http://www.petities24.com/stop_de_jacht_in_de_uitkerkse_polder

Dankjewel!

Aan iedereen een gelukkig en vooral gezond 2012!

Om het jaar goedlachs in te zetten… een filmpje van een Nederlandse standupcomedian!

Toen ikzelf voor het eerst een ‘vogelgids’ doorbladerde leken sommige beschrijvingen echt wel Chinees, althans vooral wat de ‘geluiden’ betreft…

Herkenbaar?

Na de publiciteit intro van Renault mondhoeken naar boven halen…
http://humortv.vara.nl/p.340519.bert-citeert-uit-de-petersons-vogelgids.html


Groetjes

Katrien

Na een uiterst droge maand november gingen de hemelsluizen in december eindelijk open, en hoe. Er was geen houden meer aan. Met een flinke scheut wind erbij was het nu echt wel herfst geworden. Wie de laatste weken buiten was voor een natuurwandeling kon dit aan de lijve ondervonden. Op zondag 18 december was het niet anders. Grijs, nat en veel wind… een mens zou terug in z’n bed kruipen.

Maar een gemotiveerde verse gids heeft tijdens de cursus wel erger meegemaakt, doet een trui of 2 extra aan en trekt welgemutst richting afspreekpunt. Deze keer opteerden we opnieuw voor de Uitkerkse Polder, een gebied dat we tijdens de cursus goed leerden kennen en dat nu met het extra hemelwater ook extra wintergasten aantrekt. Wie vroeg op de afspraak was kon nog een kwartiertje meegenieten van de uitleg die conservator John Van Gompel gaf bij de fameuze powerpoint over het gebied.

Ondertussen stond Walter, onze gids, buiten al te popelen in een stralend zonnetje want de lucht was volledig opgeklaard (beroepsmatig kan Walter dat wellicht regelen met “Boven”). Al vlug bleek Walter over een zeer ruime kennis te beschikken en dit ook graag met iedereen te delen. We herhaalden dingen die we alweer half vergeten waren en leerden ook heel wat nieuwe dingen bij. Onderweg stopten we natuurlijk regelmatig om links en rechts vogels te bekijken en te benoemen. Grauwe ganzen, Kolganzen, Blauwe reiger in prachtkleed, Smient, Kievit, Aalscholver, Wilde eend, Slobeend, Wintertaling, Brandganzen, Wulpen… We hadden al vlug een behoorlijk lijstje. De wandeling liep door de polder tot aan de Schaerebrug, de Blankenbergse vaart liep er dikgezwollen onderdoor. Wat een verschil met een paar weken terug toen alle weiden en grachtjes droog stonden. 

Op de terugweg was er nog een mooie afsluiter. Een slechtvalk achtervolgde een groep Smienten, gaf het op en kwam op z’n gemakske recht over ons hoofd teruggevlogen. Net tijd genoeg om er een min of meer geslaagde foto van te maken. Deze foto en enkele andere vind je hieronder ter illustratie van een geslaagde wandeling.

 

Als maandelijkse verse-gidsen-wandeling kozen we op 20 Nov 11 voor het Oostendse krekengebied. Heel de week was het al erg mistig geweest en dat was zondagmorgen niet anders. Mistig en kil was het te Zandvoorde waar een 9-tal verse gidsen verzamelden. Maar het leven is aan de durvers want zie… binnen het halfuur was de mist helemaal opgetrokken. Het leuke aan dit Krekengebied is de oude spoorweg Oostende-Torhout die er dwars doorheen loopt. Deze spoorweg werd opgebroken maar de hooggelegen bedding werd behouden en omgevormd tot een wandel- en fietspad, de groene 62. Zo heb je als wandelaar vanop een 6-tal meter hoogte een mooi zicht op de omliggende polders en kreken. We keerden terug via het stadsrandbos, een stuk van de groene gordel die in de toekomst rond Oostende moet komen te liggen. Ondertussen leek het wel weer lente.

Veel ganzen hebben we niet gezien (alleen een grote groep in de verte) maar als natuurliefhebber valt er gewoon altijd en overal wat te beleven en te leren, zowel op fauna- als floravlak. Daar zat Lieve zeker ook voor een stuk tussen, ze weet duidelijk heel wat af van planten. We leerden Lieve en Roel (gidsen uit Oostende)kennen op de natuurgidsendag te Harelbeke.   Met het motto “hoe meer zielen hoe meer vreugd” (en hoe meer gezamenlijke natuurkennis) zijn we blij dat er ook van buiten de cursus mensen de weg vinden naar de verse-gidsen-wandelingen.

Door het stralende weer en het aangename gezelschap heb ik deze keer wat minder tijd gemaakt om foto’s te maken. Maar hieronder vind je toch wat sfeerbeelden.

Voor de volgende verse-gidsen-wandeling (zondag 18 december om 1000 Hr)  sluiten we aan bij een ganzenwandeling in de Uitkerkse polder. Na de wandeling hebben we de kans om in het ons vertrouwde Groenwaecke eens flink na te kaarten en bij te praten. We hopen er weer veel ex-medecursisten en andere natuur-enthousiastelingen terug te zien.

Natuurlijk(e) groeten

Jan

Volgende pagina »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.